De bijdrage aan de algehele fietsbeleving met Kristel

 

7 september ‘13

Begin: 08:21

De negende en tevens voorlaatste fietstocht van ‘hoofdstuk Utrecht’ is verreden samen met Kristel, een vriendin van de studie Grieks en Latijn! Het plan was om de resterende plaatsjes in de gemeenten De Bilt en Soest af te strepen, de steile heuvels van de Utrechtse Heuvelrug te vermijden en zodoende vooral de onvolprezen ‘algehele fietsbeleving’ te ervaren. Dit is een uiterst vage term waarmee ik in het verleden fietstochten probeerde te gradueren.

We vertrokken in alle vroegte vanuit Beek-Ubbergen in westelijke richting. De meteorologische voorspellingen waren weliswaar gunstig, maar het eerste gedeelte van de tocht verkeerden wij in grijze en grauwe sferen. Tijdens het fietsen over de voor mij inmiddels alom bekende en vandaag mistige Waalbandijk vertelde Kristel onder meer over haar belevenissen in Rome de afgelopen twee maanden. Daar waar wij dus langs de Waal door de Betuwe fietsten en plaatsjes als Slijk-Ewijk en Dodewaard doorkruisten, waanden we ons door deze verhalen af en toe in de eeuwige stad. Dit droeg zeker bij aan de algehele fietsbeleving.

Na 38 km fietsen staken wij de Neder-Rijn over en betraden we de provincie Utrecht. Bij Brasserie van Toor te Rhenen hebben wij onze eerste serieuze pauze ingelast, met cappuccino en gebak! Het was toen ongeveer 11 uur ’s ochtends. Na een half uurtje hier gezeten hebben, waarin zeker geen koetjes en kalfjes de revue zijn gepasseerd, fietsten we verder over de N225 tot aan Doorn. We fietsten dus door de gemeente Utrechtse Heuvelrug, maar ik verzekerde Kristel dat de steilste beklimmingen zich ten noorden van ons bevonden en we deze dus links lieten liggen. De enige eis die Kristel immers aan deze langverwachte fietstocht stelde was dat ze geen heuvels hoefde te beklimmen.

Bij Doorn besloot ik dat we sneller bij ons beoogde eerste nieuwe plaatsje, Soesterberg, zouden komen als we via Austerlitz zouden fietsen. Met het oog op de afspraak van half 2 in Soest met een architect die mij aldaar een braakliggend terrein ging laten zien leek dit dus een prima oplossing. Wij fietsten Doorn uit en volgden de paddenstoelen richting Austerlitz. Het landschap begon hier echter dusdanig te glooien dat teksten als “Ik had beter in Friesland mee kunnen gaan fietsen, Bram!” de lucht in werden geslingerd. Ik voelde de bui al hangen: aan haar enige eis deze tocht heb ik dus niet kunnen voldoen. Toen de paddenstoelen naar Austerlitz ons ook nog eens misleid hadden, we bijna in het uit de richting gelegen Maarn bleken te zijn en de enige twee wegen richting Austerlitz sowieso weer opwaarts waren, hebben we even een melige foto van dit moment op Facebook gezet en berustten we in het feit dat de Maarnse Berg, die we dus toch beklommen hadden, wel ontzettend mooi was.

Na 75 kilometer fietsen kwamen we in het eerste nieuwe dorpje van vandaag, Soesterberg. Hoe mooi de omgeving waarin dit dorp ligt ook is, Soesterberg zelf spreekt niet tot de verbeelding. Soest, waar we even later geraakten, evenmin. Zoals afgesproken met Natuur en Milieu Utrecht heb ik weer een braakliggend terrein bezocht in het kader van hun project Tijdelijke Natuur. Dit was weer een interessante gewaarwording!

Na Soest kwamen we door Soestdijk, een plaatsje dat zeker niet bij heeft gedragen aan de algehele fietsbeleving. Troosteloos plaatsje! De weg naar het inmiddels nationaal bekende Lage Vuursche en Hollandsche Rading was dan weer wel op en top genieten. Ik citeer Kristel: “Dit is natuur, daar fiets je voor om!”

Toen sloeg het noodlot echter toe: mijn achterband was lek. Voor het eerst sinds de apotheose van Noord-Brabant, eind december 2007, overkwam me dit. In het dorpje Maartensdijk was de fietsenmaker ook nog eens dicht. De fietstocht dreigde een jammerlijk einde te beleven… Dit lieten wij ons echter niet gebeuren en liepen op goed geluk het dorp in. Een alleraardigste meneer heeft ons vervolgens geholpen met het euvel. Één van zijn vele briljante opmerkingen kan hier niet onvermeld blijven: nadat ik hem over Bram Fietst had verteld vroeg hij wat ik dan precies deed in al die dorpjes. Een foto van het naambordje maken en verder fietsen, was het antwoord. “Ja, dan kan je net zo goed met de auto gaan!” Kristel en ik konden onze lach maar moeilijk inhouden, zoals je zult begrijpen!

Enfin, om half 6 was mijn fiets weer gemaakt en zo vastberaden als we waren maakten we onze tocht af. We volgden de knooppunten via Westbroek, Tienhoven, Oud-Maarsseveen en Maarssen. Ondertussen genoten we ontzettend van de Molenpolder en later de Maarsseveense Plassen. De variëteit van deze fietstocht droeg logischerwijs bij aan de algehele fietsbeleving. De weg naar Groenekan bood ons nog zicht op enkele oude forten, waaronder Fort de Gagel en Fort de Ruigenheecksedijk. Na de laatste foto te hebben gemaakt fietsten we Utrecht in, waar na 134.07 km in de schaduw van de Dom deze geweldige fietsdag eindigde!

Einde: 19:39

Tijd: 7:12:11
Afstand: 134.07 km
Gemiddelde snelheid: 18.6 km/h
Maximum snelheid: 34.5 km/h

11 nieuwe dorpen: Soesterberg, Hollandsche Rading, Maartensdijk, Achttienhoven, Westbroek, Molenpolder, Oud-Maarsseveen, Tienhoven, Maarsseveen, Maarssen, Groenekan

74 van de 109 dorpen in Utrecht gehad: 68 % voltooid!