22 maart ‘19

Een luttele twee maanden na dato reisde ik opnieuw met Bas af naar Zuid-Holland om onze topografische dorst te lessen. Een bescheiden en zeer vlak tochtje zou vandaag met zijn tweeën op de rol staan. Bas moest vóór de spits weer met zijn fietskaartje en fiets in de trein zitten. De NS staat het immers niet toe om doordeweeks in de spits met een fiets in het fietscompartiment te reizen. Dat betekende dat wij vanaf Gouda ongeveer drie uur de tijd hadden om te fietsen.

Het was deze ochtend nog mistig, later zou de zon doorbreken. We kriskrasten door wat aftandse wijkjes van Gouda, pikten Moordrecht mee reden daarna naar het noorden. We verwonderden ons al over de hoeveelheid plassen, sloten, en, zoals dat met een prachtig Nederlands woord heet, weteringen. Ook de onvermijdelijke en uitblinkend in variatie poserende bruggen koesterden onze aandacht. Met name de ‘Hefbrug Boskoop’, achtten wij typerend voor het Zuid-Hollandse land. Naar Alphen aan de Rijn reden we over een weggetje dat praktisch op waterniveau lag:

Over waterniveau gesproken: het hoogteverschil tijdens deze hele tocht was veertien meter. Veertien! Wat een platte bedoening. Maar dat is ook weer deel van de charme. In Bodegraven streken we bij het bij Bas bekende bierbrouwerijcafé van de Molen neer voor een lunch en een lekker biertje. Bas zwaaide daarna af, waarna ik het op de heupen kreeg. Bijna alle plaatsjes in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk deed ik aan, waarbij Tempel een bijzondere vermelding verdient. Ook de Reeuwijkse Plassen, een dertiental plassen ten noordoosten van Gouda, waren werkelijk wonderschoon. Ik fietste hier over een fietspaadje dat subiet onder water zou staan bij de minste of geringste waterstijging. Inwoners van het schattige dorpje Sluipwijk, weliswaar gelegen op een dijk, maar middenin die Reeuwijkse Plassen, zullen dan ook natte voeten moeten vrezen.Nadat ik Hogebrug had vereeuwigd, op de grens met de provincie Utrecht, besloot ik, niet voor het eerst vandaag, de beoogde eindbestemming te veranderen. Lang leve de vrijheid. Ik had me immers ook te houden aan de spitswetten van de NS, wat betekende dat ik niet met mijn fiets vóór 18:30 in een trein hoefde proberen te stappen. Zeeën van tijd dus nog voor kilometers en dorpjes. Ik reed de provincie Utrecht binnen, langs oude bekende plaatsen als Polsbroekerdam, Lopik (en natuurlijk de Lopiker zendmast, de Gerbrandytoren) en Nieuwegein, en betrad daarna de Utrechtse fusiegemeente Vijfheerenlanden, waar voormalige Zuid-Hollandse plaatsjes onder vallen die ik nog niet bezocht heb. Het tempo zat er lekker in, het weer bleef goed en toen de zon ging zakken werd mij spektakel aan de Lek geboden. Hieronder een foto op zicht op Tienhoven, links de Lek.

In Leerdam miste ik net de trein naar het Gelderse Geldermalsen, waar ik dan ook nog maar heen fietste. Uiteindelijk stokte de teller op 129,5 km fietsen, een zeer bevredigend aantal na een prachtige fietsdag!

Afstand: 129,5 km

15 nieuwe plaatsen: Gouda, Moordrecht, Waddinxveen, Boskoop, Alphen aan den Rijn, Zwammerdam, Bodegraven, Reeuwijk-Brug, Tempel, Reeuwijk-Dorp, Sluipwijk, Driebruggen, Waarder, Nieuwerbrug aan den Rijn, Hogebrug

8 / 18 plaatsen van gemeente Vijfheerenlanden bezocht: Vianen, Lexmond, Sluis, Ameide, Meerkerk, Tienhoven aan de Lek, Leerbroek, Leerdam

Zuid-Holland voor 34/239 = 14,2 % voltooid
181,1 km gefietst voor Zuid-Holland