5 januari ‘19

Anderhalf jaar na de apotheose van Zeeland, waar Bas overigens ook van de partij was, was het eindelijk weer tijd om dorpjes te scoren. Vorig jaar stond het provincieproject op pauze aangezien ik goeddeels in Italië was, uiteraard ook op de fiets. Maar 2019 stond voor de deur en de Zuid-Hollandse dorpjes konden waarschijnlijk niet wachten tot ze vereeuwigd konden worden op de gevoelige plaat van Bram Fietst, die nog twee provincies moet doorfietsen teneinde zijn levensproject te voltooien! Oké, genoeg dramaturgisch gezever.

Ik ging vandaag weer eens met oerfietsbroeder Bas op pad. We spraken af op het station van Nijmegen en zouden met een OV-fiets in de trein naar Zuid-Holland afreizen. Dat ging natuurlijk niet zonder slag of stoot, maar een essentieel onderdeel van dit hele fietsgebeuren is dat er maximale vrijheid is en dus ook maximale ruimte voor dwalingen, allerhande zijwegen, kroegbezoekjes, zaken die in het honderd lopen en andere plannen die aan constante verandering onderhevig zijn. Hoe minder grenzen, hoe beter. Oké, we wilden wel dorpjes scoren en een respectabel aantal kilometers fietsen, maar dat was het dan ook. En o ja, ook het liefst niet tegen de wind in fietsen. Na uiteindelijk het plan inderdaad veranderd te hebben omwille van de wind en nadat Bas toch een fietskaartje had gekocht (hij dacht dat OV-fietsen, als dienst van de NS, dan ook gratis in de NS-treinen meekunnen; niet gek gedacht) waardoor we een trein later moesten pakken die uiteindelijk eerder zou aankomen op onze bestemming Rotterdam dan het vorige reisplan, ware het niet dat we in Breda toch nog twintig minuten wachtten op de trein omdat we als gierige Hollanders niet in de Intercity Direct wilden waar je toeslag voor moet betalen, was onze treinreis begonnen. Onze reis die als belangrijkste doel had het reizen zelf, het gaan om het gaan, niet om zo snel mogelijk van A naar B te komen via de meest efficiënte manier. Statistieken zoals de onsterfelijke dorpequivalent (het gemiddeld aantal gefietste kilometers voor een nieuw gefotografeerd plaatsnaambordje) zijn een onontbeerlijk onderdeel van ‘Bram Fietst’, en de betekenis die er aan deze cijfers worden gegeven zijn misschien nóg onmisbaarder, maar tegelijkertijd zijn ze betekenisloos, en juist daarmee weer betekenisvol… Volgt u het nog?

Even na half twaalf maakten we een selfie voor Rotterdam CS en reden we naar de Erasmusbrug. En werden we gelijk getrakteerd op een fenomeen uit deze tijd: de gele hesjes (zie foto’s hieronder). Een stuk of honderd vreedzaam uitziende mensen marcheerden op het visitekaartje van Rotterdam. We fantaseerden over waar ze tegen waren: alles? De regering? Maatregelen? Nog voordat we de stad uit waren, waren we al weer in een vertrouwde discussie verzeild geraakt. Welke boeken lezen we op dit moment? Wat zeggen die boeken ons en over onze tijd? Tussendoor zagen we de KFC, met daarbovenop een filiaal van de Primark. “Het zou vet zijn om het einde van het kapitalisme mee te maken.”

Het zou vet zijn het einde van kapitalisme mee te maken.

De eerste bordjes deden zich in een rap tempo aan. Rotterdam, Smitshoek, Barendrecht. Toen we Rotterdam verlieten, een stad die ik later dit jaar een grote fietstocht binnen de stadsgrenzen ga gunnen, reden we door een redelijk saai poldergebied, maar daarbij moet worden aangetekend dat het een grauwe grijze dag was, met af en toe miezerige neerslag. Het is nogal makkelijk om het landschap dan af te serveren. De per 1 januari 2019 in het leven geroepen fusiegemeente Hoeksche Waard, waar we ons een groot deel van de dag in bevonden, kent echter wel een aantal erg leuke dorpjes, aaneengeregen door en lieflijk en Hollands aandoend dijkje. De plaatsnaam Goidschalxoord mocht er ook zijn, en is vermoedelijk nu al het meest in het oog springende toponiem van de provincie. Greup, dat etymologisch verbonden moet worden met het Middelnederlandse ‘greppel’, werd als komisch buurtschap op de lijst behouden, waar even daarvoor Koedood wegens jammerlijke bordloosheid van die lijst moest worden afgegooid. Ook fietsten we door de Heinenoordtunnel, en later vandaag ook door de Kiltunnel. Veel water in deze provincie, dus veel bruggen en tunnels. En de fietsers wordt door de provincie niet ontzien! 

Het weer was matig, maar de stemming opperbest. Moet er een algeheel vuurwerkverbod komen? Wat te denken van mensen die geweld tegen de politie plegen? Marktwerking in de zorg? Identiteit en samenleving? De onderwerpen deinden mee met de wind, kwamen en gingen met onze trapbewegingen en proefden nu eens naar bittere ernst, dan weer naar satirisch relativisme. We kennen elkaar al lang, Bas en ik, en fietsen ook al jaren samen. Nooit verveelt het. De discussies, de stilte. Het gaat vanzelf. Het leek ons in ieder geval een leuke sport om elke discussie over wat dan ook te eindigen met de zinsnede: “Tja, dat is ook de keerzijde van het kapitalisme.”

In ’s-Gravendeel aten we, bij het zoveelste gebrek aan een fatsoenlijk café (daar zijn de zuidelijke provincies toch wel echt ontegenzeggelijk beter in, om in elk noemenswaardig gat op zijn minst één kroeg te plempen), een verse stroopwafel bij zo’n kraampje. We voelden ons achterwerk inmiddels wel, maar de OV-fietsen deden prima dienst. We zetten koers naar Dordrecht, pakten het bordje van Zwijndrecht nog even mee en lieten deze eerste tocht van het jaar eindigen bij het station van Dordt, rond een uur of vier. Zestig kilometer, negentien nieuwe plaatsjes en een voldaan gevoel. Missie-Zuid-Holland is begonnen!

Afstand: 60,6 km
Tijd: 3:36:29
Gemiddelde snelheid: 16,8 km/h

19 nieuwe plaatsen: Rotterdam, Smitshoek, Barendrecht, Rhoon, Blaaksedijk, Heinenoord, Goidschalxoord, Westmaas, Maasdijk, Westdijk, Oud-Beijerland, Klaaswaal, Greup, Mijnsheerenland, Maasdam, Puttershoek, ’s-Gravendeel, Dordrecht, Zwijndrecht

Zuid-Holland voor 19/239 = 7,9% voltooid
60,6 km gefietst voor Zuid-Holland